Reconstructie van een dubbele kindermoord

door Michiel Satink

Een 36-jarige moeder uit Apeldoorn had nachtmerries waarin ze haar twee kinderen de keel doorsneed. Op 2 oktober 2013 maakte ze van deze nare droom werkelijkheid. Was haar gewelddadige handelen beïnvloed door de bijwerkingen van antidepressiva? Woensdag en donderdag dient het hoger beroep bij het gerechtshof in Arnhem. Een reconstructie van de dubbele kindermoord.

Het huis in Apeldoorn waar het drama plaats had

Het roodwitte lint, gespannen tussen een boom en een lantaarnpaal, danst in de wind. Erachter staan in het geelzwart gestoken agenten. Daar weer achter een witte portocabin waarin onderzoek wordt gedaan door mannen in dezelfde kleur pakken. Het is 2 oktober 2013, begin van de avond. Uit diverse huizen in deze jaren ’80-wijk in Apeldoorn stijgen kookgeuren op. Maar niet iedereen zit met het gezin aan tafel. Buiten staren enkele buurtbewoners bezorgd naar het lint en de agenten. De overbuurman wist dat er iets in Apeldoorn gebeurd was, ,,maar niet in mijn straat”. Hij kende het gezin niet. Agenten ter plaatse wilden ook aan hem niets kwijt. ,,Mijn kinderen kwamen er wel eens spelen. Echt een heel normaal gezin”, voegt een vrouw toe. Niemand zag het bloedbad in het rijtjeshuis aankomen. Weinigen wisten van de nachtmerries van Aurélie V.

De dromen

In juni dat jaar droomt de dan 33-jarige moeder voor het eerst over het doden van haar 6-jarige Rosa en haar 8-jarige zwaargehandicapte zoon Lucas. Angstig vertelt de over de nachtmerries aan haar moeder. Volgens haar advocaten begon Aurélie vanaf eind die maand uit te vallen tegen haar kinderen. Vanaf september besluit ze meer vanuit huis te gaan werken. De buurvrouw schuin tegenover haar en een tweede buurtbewoner merken een gedragsverandering op, blijkt uit getuigenverklaringen. Aurélie zwaaide altijd uitbundig Lucas uit als hij met de gehandicaptenbus werd opgehaald. De laatste weken van september stapt ze echter meteen weer haar huis binnen. Op 28 september is er een klein feestje: Rosa heeft haar zwemdiploma behaald. De blijdschap is bij de moeder van korte duur. Ze vond het leven niet meer leuk, zei ze haar man. Die wilde dat ze hulp zou zoeken. Op maandag 30 september meldt ze zich ziek en geeft aan een psycholoog te zoeken. Op dinsdag 1 oktober bezoekt ze samen met haar dochter de huisarts. Het meisje heeft koorts dus wordt ze op 2 oktober ziek gemeld. Aurélie bestelt een nieuwe winterjas voor haar dochter, en voor Lucas thermosokken en pantoffels. Woensdagochtend 2 oktober heeft Rosa buikpijn en een temperatuur van 38,2 graden. Ze mag op de bank onder een dekentje in de woonkamer televisie kijken. De man van Aurélie verlaat tegen kwart voor acht de woning. Het zal de laatste keer zijn dat hij zijn kinderen levend ziet. Na hem verschijnt de thuiszorghulp voor de deur. Zij verzorgt Lucas en verlaat tegen 9 uur de woning.

Het drama

Het is iets voor 10 uur in de ochtend in de rustige jaren ’80-wijk. In de woonkamer ligt op de bank Rosa. Lucas ligt een deurtje verder, in de aanbouw grenzend aan de woonkamer. Daar is in 2009 zijn slaapkamer met badkamer gerealiseerd. Lucas is lichamelijk en verstandelijk gehandicapt en heeft veel zorg nodig. Die woensdag mag hij, zoals op alle woensdagen, uitslapen. Vermoedelijk zit Aurélie rond dit tijdstip aan de grote tafel in de woonkamer. In haar hand een pen, voor haar een blad papier. ,,Ik zag geen uitweg meer. Ik wilde niet meer verder. Ik vond het leven te pijnlijk, moeilijk”, schrijft ze. Even ervoor heeft ze de woning afgesloten en de gordijnen gesloten. De voordeur wordt ook met het bijzetslot aan de onderzijde afgesloten. Dan pakt ze twee messen en maakt een einde aan twee jonge levens. Haar dochter stribbelt tegen, blijkt vrij plastisch uit het dossier. De snijwonden aan haar vingers passen bij afweerletsel. Eerst doodt ze haar dochter, daarna Lucas en vervolgens neemt ze 12 pillen in en de neusspray van haar zoon. Ze valt neer in de woonkamer. Zo wordt ze tegen twee uur in de middag gevonden door agenten en haar schoonmoeder. Zij had de politie gebeld nadat ze woning niet binnen kon komen. Agenten troffen Lucas dood aan in bed. Rosa lag bedekt met een kleedje op de bank. Aurélie, die niet reageerde op vragen, werd met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht.

De antidepressiva

De rechtbank in Zutphen legde in maart 2016 de vrouw 9 jaar cel en tbs op. Maar pleegde ze de daad bij haar volle verstand of verkeerde ze onder invloed van bijwerkingen van antidepressiva? Haar advocaten Mehmet Özsüren en Alrik de Haas gaan uit van dat laatste. Aurélie V. zou een zogenaamde ‘prozac killer’ zijn. Na de zomervakantie van 2013 had ze last van extreme bijwerkingen, zeiden de raadslieden. Ze nam haar antidepressiva onregelmatig in. Ze toonde opmerkelijk gedrag. En die gedragsverandering wordt door buren gezien. Ze zwaaide haar kinderen niet meer uit en toonde agressief gedrag. ,,Ze zat in een emotionele achtbaan waar ze geen grip meer op had.” In haar afscheidsbrief repte ze met geen woord over haar kinderen. Ze heeft ook niet het besluit genomen ze van het leven te beroven, is haar verweer. Vreemd is dat ze de hals van haar dochter met pleisters dichtplakt nadat ze deze had doorgesneden. ,,Dit past niet bij een vrouw die voornemens was haar kinderen van het leven te beroven.” Voor de verdediging zijn de pleisters aanleiding te denken dat er sprake is geweest van een ernstige stoornis die haar keuzes hebben beïnvloed. En dus was het geen moord. Ze slikte paroxetine en een van de bijwerkingen is agressie, zei advocaat De Haas. Door de bijwerkingen is ze niet zichzelf en dit kan ook haar nachtmerries verklaren. En uiteindelijk dus ook, stellen de raadslieden, haar gedrag op de voor haar kinderen fatale dag in oktober 2016.

De rechtbank in Zutphen ging in maart 2016 niet mee in dit verweer. Zo zou agressie als bijwerking juist optreden bij onregelmatig gebruik van het antidepressivum. Maar dat ze onregelmatig gebruikte, staat in deze zaak helemaal niet vast. Dat de moeder niet in een roes of psychose handelde, zoals de verdediging meende, bleek uit haar handelen vlak voor de moord. Ze nam duidelijk rationele beslissingen zoals het sluiten van deuren en gordijnen en het schrijven een afscheidsbrief. Deze gefaseerde handelingen ,,lijken niet te duiden op een plotselinge opwelling”. En dus werd ze voor een dubbele moord veroordeeld.

Woensdag 21 en donderdag 22 februari dient het hoger beroep in deze zaak. Zowel de veroordeelde moeder als het Openbaar Ministerie gingen tegen het vonnis in beroep. Op de eerste zittingsdag worden onder meer deskundigen gehoord. In deze reconstructie is geput uit informatie ter plaatse op 2 oktober 2013 en uit vele regiezittingen en de inhoudelijke strafzaak in de rechtbank in Zutphen.

Waar is Willeke?

De graafmachine arriveert bij de voormalige boerderij van Willeke Dost

Het schemert nog als een vrachtwagen met oplegger over de Koekanger Dwarsdijk rijdt en stopt bij een boerderij. Op aanwijzingen van een agent rolt een kwartier later een oranje graafmachine van de oplegger. De Belgische chauffeur overhandigt de sleutels aan een van de agenten. ‘Als jullie chauffeur op F4 drukt, gaat de achteruitrijcamera aan’, geeft hij als tip mee. Nog eens tien minuten later vertrekt de oplegger weer. Vlak voor de graafmachine verzamelt zich steeds meer pers. Het hoofd van de regionale recherche legt uit waarom we hier staan. Schuin achter hem de boerderij met daar weer achter het perceel waar de graafmachine die dag zijn werk gaat doen. Vanuit die boerderij verdween in 1992 de toen 15-jarige Willeke Dost. Kennelijk op de fiets, met een tas met kleren bij zich. De deur naar haar voormalige slaapkamer is schuin achter de rechercheur zichtbaar. Achter ons loopt in een veld een bewoner, met weer voor hem een hond. In de verte een kerktoren. Verder lege velden, enkele bomen en ganzen op weg naar het zuiden.

Journalisten achter het lint in Koekange

Op een regenachtige novemberdag in 2018 wordt bekend wat we al wisten: Willeke is vermist. Maar die vermissing knaagt. Aan de politie, die nog altijd met een ‘coldcaseteam’ hoopt op een doorbraak. En ook aan betrokken burgers, die na het verzamelen van veel tips eindelijk haar laatste rustplaats gevonden menen te hebben. ‘Als de politie niet graaft, doen wij het’, dreigden ze een week eerder. Nu pakt de politie de taak op. In de uren graven die volgen blijft de hemel grijs. Op het natte grasveld schuifelen tientallen meters verder op een met politielint afgesloten terrein een twintigtal journalisten en cameralieden heen en weer om de kou uit de voeten te krijgen.

De zoeklocatie onthult alleen een oude sloot

Rond 12 uur blijkt op zoeklocatie 1 niets gevonden. We worden voor even op de zoeklocatie uitgenodigd. Van nabij is een kuil van 5 bij 5 meter te zien, een bodem van wit zand, de randen zwart. Een halfuur later start het graven op de volgende 5 bij 5 meter. Als ook daar het gat naar de zin van de politie groot genoeg is, volgt de uitleg. Een archeoloog heeft geconstateerd dat tot op de witte grondlaag is gegraven. En dat wil zeggen dat dieper dan dit nooit gegraven is. En dat de zoektocht, ook nu weer, tevergeefs was. Toch zeggen zowel de recherche als de initiatiefnemers: het zoeken gaat door. Tot er een antwoord volgt op de vraag waar Willeke is.

Deelder en Brood

In een strafzaak in de Zwolse rechtbank werd ik donderdag (7 juni) voor het blok gezet. Een officier van justitie kwam naar buiten met gevoelige informatie. Ik hoorde het aan, net als de advocaat, de griffier en drie rechters. Verder was er niemand in de zaal. Waarom ook? Het was een regiezitting, er stond maar een halfuurtje voor, het was op een zonnige dag eind van de middag. Hier viel geen vuurwerk te verwachten. De officier van justitie drukte mij, als enige aanwezige journalist, op het hart deze informatie niet te publiceren. Om een tipje van de sluier op te lichten: het gaat om een zedenzaak waarbij de officier geruchten wil ontzenuwen. En daarvoor wil ze de aangeefster opnieuw horen. En die aangeefster leest de krant waar ik onder meer voor schrijf, weet de officier. Ik vermoed dat een mogelijk tweede verdachte meeleest. En die haar zal influisteren haar bek te houden nog voor ze gehoord gaat worden zodra ze dat artikel leest. Ook de voorzitter – eerder te zien in de RTL5-reeks ‘Voor de rechter’ – verwacht vervolgens dat ik ‘prudent met deze informatie omga’.

Ze kennen me, die rechter en de officier. Maar ze weten ook waarom ik daar zit: om het publiek te informeren wat in dit gebouw gebeurt. Ik heb deze voorzitter en officier vaak de openbaarheid de liefde horen verklaren. Hoe de zoveelste advocaat met een verzoek de deuren voor de behandeling van een strafzaak te sluiten op zijn of haar plaats werd gezet. Ik heb ze altijd aan mijn zij gehad, wat openbaarheid betreft. Maar moet ik nu zwijgen? Het strafonderzoek kan spaak lopen als ik er over schrijf maar daar ben ik niet verantwoordelijk voor. Op de gang overleg ik met de officier van justitie. Op mijn initiatief want ze is al weggelopen. Dit is de zedenofficier bij wie ik het ooit voor elkaar heb gekregen dat ze door de gangen liep met ‘Oh kut! – Deelder en Brood’ op haar hand geschreven. Maar dat is een ander verhaal. Ik ken haar als een bevlogen zedenofficier maar ze heeft in mijn ogen een fout gemaakt. Het slagen of falen van een strafrechtelijk onderzoek moet niet in handen liggen van een journalist.

Verzoeken om juist wel te publiceren krijg ik vaker. Zoals in april, ook op een zonnige dag, maar dan buiten bij de Oostvaardersplassen. Het ANP heeft me er weer eens op uit gestuurd. Ik spreek meerdere demonstranten en er zitten veel natuurkenners tussen. Die allemaal op het ANP-net willen met hun verhaal. Als ik er niet over schrijf, gaan die dieren dood, is wat ze zeggen. Daarna volgt een langzaamaan-actie op de A6. Maar als we richting de snelweg rijden, breekt de colonne bij verkeerslichten. Ik buig af om een tweede demonstratie te verslaan bij het Provinciehuis in Lelystad. Dan belt een collega van het ANP. Er zijn geruchten dat de colonne nog voor de A6 wordt tegengehouden. Demonstranten zouden boos zijn: eerdere acties werden ook al opgebroken. De politie ontkent maar de bron blijft bij zijn verhaal. Met een belletje met enkele demonstranten – die op dat moment op de A6 rijden – weet ik dat gerucht te ontzenuwen.

Waar de een wil dat ik niets schrijf, wil de ander dat het verhaal de omvang van een boek bereikt of juist dat valse informatie wordt verspreid. Het is aan mij en mijn redacties de journalistieke afweging te maken wel of niet te publiceren, telkens weer. Om terug te komen op de zedenofficier: ik heb haar tijd gegund zodat de onderzoeksrechter zonder problemen de aangeefster kan horen. Maar zodra dat gebeurd is, krijg ik dat van haar te horen en wil ik weten wat daar uit kwam. Waarom ik die keuze maak? Omdat het mijn verhaal beter maakt. Nu publiceren roept alleen maar vragen op. Dat is de enige afweging die ik als journalist moet maken. Als mijn verhaal – in een landelijk of regionaal medium – de officier dan alsnog frustreert, weet ze al welk nummer ze op kan zetten. Dan hoeft ze alleen maar even op haar hand te kijken.

Militaire precisie

Minutieuze voorbereidingen, alles tot in de puntjes verzorgd. Niets aan het toeval overlatend. Of juist een allesbepalende rol voor het lot, het toeval, hoe de wind waait of de zon staat. De afgelopen maanden bleek maar weer eens hoe uitersten in de rechtszaal boven komen drijven. Zoals de ex-militair uit Zwolle die in Deventer achterhaalde wie de nieuwe vriend van zijn ex is. Door met militaire precisie zijn slachtoffer te achtervolgen. De militair kreeg uiteindelijk een celstraf.

Ook bij de zogeheten ‘Roemeense methode’ voeren planning en coördinatie de boventoon. Balancerend op de motorkap op een op de snelweg rijdende wagen weten bandieten vrachtwagens leeg te roven. In Gelderland liep dat toch mis.

Ook fout ging het op een woonwagenkamp in Deventer. Een vrouw schoot ‘per ongeluk’ haar man dood met diens eigen pistool. Toch valt in deze zaak dan wel weer het gedegen onderzoek op. Zo is een 3d-reconstructie gemaakt van de schietpartij in de woonwagen. En ook bij de zaak rond het landelijke bestuur van Satudarah valt te betwijfelen of van militaire precisie sprake is. Het bestuur werd opgepakt, vrijgelaten en toch weer vastgezet. En dat in een zaak waar voor het Openbaar Ministerie veel op het spel staat. Eind maart kwamen ze na een lange zittingsdag toch weer vrij.

Rituelen

Met een rituele inwijding welkom geheten worden in een groep: een ontgroening verbroedert, zo is het idee. Als je het eindfeest meemaakt, ‘kijk je er met plezier op terug’. Dat laatste zei de voormalig voorzitter van de Commissie Overdracht Corpskennis van studentenvereniging Vindicat in Groningen. Binnen de wereld van studentenverenigingen zijn ontgroeningen meer regel dan uitzondering. Ook binnen onze krijgsmacht komen ze voor. Deze rituelen onttrekken zich veelal aan het zicht van de maatschappij. Pas als de strafrechter zich er over buigt, blijkt dat niet iedereen er met plezier op terugkijkt.

In augustus zat ik voor onder meer dagblad de Stentor in de militaire kamer in Arnhem bij de zaak rond een uit de hand gelopen ontgroening in de kazerne van Havelte. Het is gewoon om ‘kuikens’ op het exercitieplein te verrassen met emmers vol koud water. In wintertijd levert dat een ontbering op, maar op een zomerse dag is het eerder heerlijk verfrissend te noemen. Omdat het juist niet plezierig hoort te zijn, dachten enkele militairen dat het een goed idee was aan enkele emmers water chloor toe te voegen. Het leidde tot verbrandingen op het lichaam en ademhalingsproblemen bij enkele van deze ‘groentjes’. Wie die chloor toevoegde, werd in Arnhem niet duidelijk. Wel dat het drietal dat terecht stond, daar niet voor verantwoordelijk gehouden kon worden.

In Groningen liep het nog meer uit de hand. In een donkere slechts met enkele kaarsen verlichte kelder onder het sociëteitsgebouw aan de Grote Markt stonden daar de feuten tegen een muur toen het de beurt was voor het slachtoffer om verhoord te worden. De leden moesten vragen over het corps beantwoorden. Bij een fout antwoord werd hun benen onder hun lichaam getrapt. Bij feut Rogier ging de verdachte verder. Die moest op de betonnen vloer liggen waarna de verdachte zijn voet op diens hoofd zette. Naar eigen zeggen drukte hij niet door, het slachtoffer is een andere mening toegedaan. De rechtbank kwam tot de conclusie dat Rogier een breuk in zijn schedel opliep. De verdachte kreeg een werkstraf opgelegd. Ik sprak advocaat Tjalling van der Goot voor het ANP na het vonnis en hij meent dat de rechtbank in haar vonnis te ver gaat. ‘Het op iemands hoofd staan is uiteraard verkeerd, maar een vorm van geweld is ook water over iemand heen gooien. Als je voor een ontgroening gaat, dan kies je voor dat soort rituelen.’ Voor zover ik weet had men binnen de krijgsmacht nooit moeite met het ontgroenen met emmers water. Wordt vervolgd dus.

Op de zender

‘Kun je meteen na afloop van de zaak live op de zender?’ Ik doe het niet vaak, maar de afgelopen weken voorzag ik tot twee keer toe een strafzaak van commentaar op de radio. De eerste ging over een zaak tegen een doorgedraaide aardappelboer uit de provincie Groningen (vanaf 4 minuut 35) en de ander ging over een fraudezaak in Drenthe (vanaf 7 minuut 20).

Het is bij die radio-uitzendingen vaak een kwestie van timing. Beide keren kwam de zaak vlak na de nieuwsuitzending aan bod en beide keren lukte dat net. Timing speelde ook een grote rol in de zaak rond het treinongeluk bij Dalfsen. De verdachte kwam slechts 1,5 minuut te kort tijdens het oversteken met zijn rupsvoertuig.

In het geval van het treinongeluk was er geen twijfel over de dood van de machinist. Die is er wel rond de dood van een gedetineerde in de cel in de Zwolse gevangenis in augustus dit jaar. De nabestaanden bleven met vraagtekens achter, schreef ik in dit langere verhaal.

Vaak is ook de aanloop naar de inhoudelijke behandeling van een strafzaak interessant. Dat is zeker het geval in de zaak rond ‘het schandaal’ van deze zomer, de fipronil-affaire. Een keer of vier schreef ik na een raadkamer dat de verdachten vast bleven zitten, maar op 11 oktober kwamen ze dan eindelijk op vrije voeten. Wanneer de zaak dient, is nog niet bekend.

Zittingen bij de Accountantskamer zijn niet vaak interessant voor veel andere media. Mijn collega Petra van Walraven of ik zit er vaak als enige vertegenwoordiger van de pers, maar in oktober was dat bij de zaak tegen de accountant van FC Twente zeker niet het geval. Begin volgend jaar kopt de tuchtrechter het vonnis binnen.

Rustig verlopen

Met vlaggen zwaaien

De zaak was – zoals eigenlijk alle rechtszaken – in alle rust behandeld. Maar de deur van zaal 1 was net gesloten of twee partijen vlogen elkaar in de haren. Een man werd tegen een tafel gesmeten. Er klonken krachttermen, een vrouw gilde. Een advocaat sprong tussenbeide. En dat was het. Voor mij bleef het bij een kort bericht in dagblad de Stentor. Een ANP-collega zag er aanvankelijk nieuws in, maar de lat bleek toch te hoog. Hier leek het verhaal te eindigen. Tot een partij zich kort na dit feit in de perskamer meldde met de vraag of ik de politie wilde vertellen wat ik gezien had. Getuigen vertellen vaak kort na een opvallend feit wat ze gezien of gehoord hebben. Maar wie veel rechtszaken bijwoont, begrijpt dat dit ‘kort’ een nogal rekkelijk begrip is. Dat bleek ook in dit geval. Pas in juli werd ik door een agent gebeld over dit akkefietje in maart. Veel kon ik me niet meer herinneren. En ik wilde ook niet meer kwijt: want wat kon ik me herinneren van wat zich in een flits vier maanden terug voor mijn ogen afspeelde?

Zo spannend als het vak van journalist kan zijn, zo vaak schrijven we op dat iets ‘rustig verlopen’ is. Midden juli keek ik gebiologeerd naar een halfvolle zaal die met vlaggen stond te zwaaien terwijl de tanks rolden over het scherm waarnaar ze tuurden. Een man met snor riep nationalistische teksten in een taal die ik niet machtig was. Er werd uit volle borst gezongen terwijl marsmuziek klonk. De zaal stond in Apeldoorn, de vlaggenzwaaiers waren Turkse Nederlanders en de man-met-snor was hun grote man, Erdogan. Deze herdenking van de coup die in juli een jaar terug plaats vond, was groot nieuws in ons land. De aanwezigen daar herinnerden zich die avond in juli nog als de dag van gisteren.

Zou het uit de hand lopen als toch een vertegenwoordiger van de Turkse overheid de bijeenkomst bijwoonde? Het ANP wilde het graag weten. Die gast kwam niet en dat gold ook voor eventuele rellen, kon ik melden.

Allemansend

Het allemansend is het kortste eind touw aan boord van een schip. In rechtszaken is het vaak de vraag wie aan het kortste eind trekt. In juli 2014 leek dat heel even de officier van justitie te zijn. Een jaar voor deze rechtszitting werd de oude weduwe Tillema levenloos onderaan de lange trap van haar herenhuis gevonden. Een natuurlijke dood, concludeerde de gemeentelijke schouwarts, onder meer op basis van informatie van haar huisarts. Zijn verklaring als getuige-deskundige op de zitting in juli 2014 werd al met argwaan gevolgd door de officier van justitie. Hij deed juist verwoede pogingen aan te geven dat het hier om een moord ging. De officier trok aan het langste eind en ruim 2 jaar later moest de arts zich verantwoorden voor een vermeend geval van meineed. Volgens het OM was de huisarts helemaal niet gebeld. De schouwarts zat fout en verdoezelde dat met een leugen in de rechtszaal, aldus het OM.

In de rijke geschiedenis van het universiteitsgebouw aan de Koornmarkt in Kampen was het uiteindelijk de stad die aan het kortste eind trok. Na jaren vertrok de instelling en liet het een leeg pand achter, bleek uit deze aflevering van mij in de zomerserie van het Reformatorisch Dagblad over ‘verlaten panden’. Net op tijd overigens, dit verslag, want het pand wordt inmiddels verbouwd voor een nieuwe bestemming.

Verlaten waren ook de lichamen die gevonden werden in twee bekende moordzaken. De hardloper die op de Posbank in 2003 werd vermoord, werd teruggevonden in een uitgebrande auto in Brabant. Deze maand pakte de politie twee verdachten op, zo maakte ze bekend op de persconferentie die ik bijwoonde. Het lichaam van de vermoorde zakenman Ton Kuijf werd in maart 2014 getroffen in een brandende chalet in Ermelo. Midden deze maand staan de verdachten in deze zaak rond de Ermelose chaletmoord terecht. Een zaak waarbij zowat iedereen aan het kortste eind lijkt te trekken.

Drama en euforie

Veel politie in de straat, een enkele verbaasde buurtbewoner en vooral veel pers. Op 2 oktober 2013 stond ik achter het politielint in een woonwijk in Apeldoorn nadat zich in een van de huizen een drama had voorgedaan. Deze en ook komende maand wordt beetje bij beetje duidelijk wat zich die dag in dat huis heeft afgespeeld. De moeder die haar twee kinderen doodde, handelde naar eigen zeggen ‘in een waan’.

Ook werd deze dagen duidelijk hoe de middeleeuwse kogge eruit ziet die eeuwenlang op de bodem van de IJssel bij Kampen lag. Ik maakte voor het Reformatorisch Dagblad een drieluik over het schip: historici vertelden over het belang van de kogge (even naar beneden scrollen), de burgemeester blikte vooruit op het tentoonstellen ervan en onthulde dat men gedacht heeft de kogge in containers af te zinken en de serie sloot af met de schitterende bergingsoperatie.

De berging was wellicht een passend moment om in Kampen feestelijk de klokken te luiden. Maar vanuit de toren van de Bovenkerk valt weinig te vieren deze dagen, zo bleek uit dit verhaal. Ook hier gaf een duik in het verleden helderheid over de reden van het voorlopig tot zwijgen brengen van de klokkenstoel.

In Raalte hield ik me nog kort bezig met een ander feest. Een motorbende mocht er een landelijk feest vieren. En het bleef rustig.

Het schip in

afbeelding ter illustratie

De kinderwagen lag in flarden in de heg. ‘Mijn kind lag op zijn buik op de oprit van de buren’. De slachtofferverklaringen van de moeder en vader van het kind dat eerder dit jaar in Lutten omkwam na te zijn aangereden door een dronken bestuurder, gingen door merg en been in de rechtszaal. De man die tot zeven keer eerder was veroordeeld voor rijden onder invloed kreeg dan ook de maximaal mogelijke rijontzegging opgelegd, naast een celstraf.

Begin volgend jaar trekt de rechtbank in Zutphen twee dagen uit voor de zaak rond de vrouw voor die zelf voor het einde van het leven van haar kinderen zorgde. Bij voorbaat een beladen zaak. De inzet van haar advocaat in juni om een uit de Verenigde Staten ingevlogen onderzoeker als deskundige in de zaak te horen, faalde, ook nadat de rechtbank gewraakt was.

Net als de kindermoord in Apeldoorn volg ik ook al een tijdje de ondergang van vastgoedreus Eurocommerce. Hoewel de strafzaak nog altijd niet in gang is gezet, kwam de accountant van de frauderende onderneming al wel voor de tuchtrechter. Hij zag de fraude niet, maar had dit wel moeten zien, zo meende onder meer de Rabobank. De bank is boos, omdat het vele miljoenen in rook op zag gaan.

Een vergelijkbare zaak diende begin oktober bij de tuchtrechter. Hier stond de accountant van het frauderende Weyl Beef voor het hekje. Ook hier werd op slinkse wijze met vele miljoenen geschoven. En ook hier gingen de banken voor forse bedragen het schip in.

Een flauw bruggetje, maar over schepen geschreven: hier mijn artikel voor het magazine Vlot over een plek voor historische schepen in Hasselt. Zie vanaf pagina 8.